Wie ben ik?


Mijn naam is Miranda de Jager. In 1986 kocht ik mijn eerste eigen hond Bobos, een Golden Retriever. Hij veranderde mijn leven. Bleek het maatje te zijn waar ik al die tijd al naar op zoek was geweest. Geweldig voelde dat, die onvoorwaardelijke liefde.


Ik ging mezelf actief bezighouden met gehoorzaamheidstrainingen en later ook behendigheid. In 1992 kocht ik er een Flatcoated Retriever bij. Ook met Fate ging ik behendigheid doen. De derde hond een Vizsla genaamd Risk kwam in 1998 in ons leven.

Toen Bobos in januari 2001, op 14 jarige leeftijd, kwam te overlijden besloot ik om samen met mijn gezin gastgezin te worden voor de Stichting Hulphond Nederland (http://www.hulphond.nl). Eigenlijk ter ere van en ter nagedachtenis aan mijn eeuwige vriend Bobos.

Hoewel ik zijn overlijden aan had zien komen voelde het als een totale amputatie dat hij er niet meer was. We wilden zijn plaatsje op een bijzondere manier in vullen. Eigenlijk had hij daar zelf ook om gevraagd. Het was namelijk zo dat ik maanden voor zijn overlijden al regelmatig geconfronteerd werd met Hulphond Nederland, destijds nog de stichting Soho.

Bobos werd ouder en ging steeds verder achteruit qua gezondheid. Toch had ik bij hem zeer sterk het gevoel dat ik me niet actief in het beëindigen van zijn leven zou hoeven te mengen. Zijn toestand werd echter steeds slechter en ik vond ook iedere morgen een plasje binnen wat hij niet meer op had kunnen houden. Ik nam dan maar een dweil en het leed was weer geleden. Toch kon ik maar niet begrijpen dat hij het leven niet op wilde geven.

Totdat een goede vriend van me zei; “Is er niet een beslissing die jij moet nemen waar hij nog bij wil zijn?”. Al heel snel kwam ik toen op de steeds terugkerende stichting Soho. Ik schreef mezelf in als gastgezin voor een puppy en een paar dagen daarna kreeg Bobos ’s middags een epileptische aanval. Hij begon te trillen over heel zijn lijf en ik ging bij hem zitten. Ik stelde hem voor zover mogelijk gerust en de aanval hield op.

Na een paar uur bleek dat hij zijn plekje niet meer had verlaten. Ik riep hem maar hij was niet meer in staat om naar me toe te komen. Ik dacht; ‘Daar ga je Miranda, met al je mooie ideeën over geen bemoeienis’. De tijd was gekomen. Of ik nu wilde of niet. Als je hond niet meer kan lopen dan houdt het toch echt wel op. Omdat ik zelf niet in staat was om de dierenarts te bellen werd dat door mijn man geregeld.

Ik was op de grond gaan zitten met Bobos op een kleed tegen mij aan. Hij legde zijn hoofd op mijn been. Ik vertelde hem dat als hij uit zichzelf wilde gaan hij dat nu nog kon doen. Bobos was ondertussen in een diepe slaap gevallen. Toen de dierenarts kwam bleef hij liggen. Hij werd onderzocht en de dierenarts constateerde dat bijna al zijn functies waren uitgevallen. Een coma.

Het zou uren zo voort kunnen duren maar misschien ook wel dagen. De ogen van Bobos waren gesloten en hij zou ze ook nooit meer openen. We besloten dat de dierenarts zijn hart stil zou zetten. Weken van afscheid nemen en verdriet werden afgesloten. Het afscheid was, hoe moeilijk ook, een mooi afscheid. Bobos is tevreden en rustig heen gegaan. Wetende dat zijn vrouwtje, het enorme gat dat hij achter zou laten, weer zou gaan vullen met een hondje in opleiding van de stichting Hulphond.

Hij was de aanzet voor vele dingen. Teveel om hier op te schrijven. Een steun en toeverlaat, een eeuwige vriend.

Toen later datzelfde jaar ook nog onze Flatcoat Fate overleed werd het me echt wel even allemaal teveel. Hoeveel kan een mens hebben? Fate vonden we na thuiskomst dood op zijn plaatsje. Ook zijn overlijden is heel bijzonder. Hij kreupelde de laatste dagen voor zijn sterven. Recent hadden vrienden van ons hun hond in moeten laten slapen vanwege botkanker. De pijn van botkanker schijnt erg heftig te zijn. Zo liep ik ’s morgens te denken; Ik hoop maar dat het geen botkanker is. Als het dat is dan wens ik dat hem verder leed bespaard mag blijven. Waarom ik dat dacht daar heb ik geen flauw idee van.

Feit is dat ik ’s middags mijn vriendje dood vond. Een acute hartstilstand had hij gehad. Hij lag op zijn plaatsje alsof hij sliep. Ik heb hem nog geroepen, maar hij kwam natuurlijk niet. Toen ik naar hem toeliep en ik zijn koude, stijve lichaam voelde was het antwoord daar. Gek word je dan. Van verdriet, van ongeloof. Meer dan schokkend is het om je maatje daar zo te vinden. Toch wist ik toen ook nog wat ik die morgen had gedacht. Misschien was verder leed Fate wel bespaard gebleven. Hij was geen bikkel, geen hond die pijn had kunnen verdragen. En zo moest ik op 9 jarige leeftijd ook afscheid nemen van deze lieve hond. Dagen voelde ik hem nog om me heen en zag ik hem overal.

En of dat allemaal nog niet genoeg was kwam ook na een jaar het afscheid van Floyd, de hulphond in opleiding, in zicht. Zie ook het boek; Haar schaduw en ik. En na Floyd kwamen weer andere hulphonden in opleiding… Iedere keer voelde ik mij weer incompleet en geamputeerd. Verschil was natuurlijk wel dat ik de hulphonden altijd terug zag.

Toch word je min of meer getraind in het afscheid nemen van je lieve maatje. Niet dat het minder pijnlijk wordt maar je weet het beter een plekje te geven.

Binnen enkele jaren nam ik dus afscheid van vele honden. Pijn doet het, natuurlijk. Maar hoe ga je verder en hoe wil je verder? Hopelijk mag ik u antwoorden geven en oplossingen bieden via deze site.